Interview |


Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht: de tweede editie is verschenen
Bij Larcier-Intersentia verscheen in maart 2025 de tweede editie van het ‘Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht’, waarvan prof. dr. Britt Weyts en prof. dr. Thierry Vansweevelt, beiden gewoon hoogleraar aan de UAntwerpen en advocaat, de auteurs zijn.
Dit boek is een echt “handboek”, een ware verhandeling van kennis en kunde. Een verhelderend overzicht van de buitencontractuele aansprakelijkheid in België, waarin alle onderwerpen aan bod komen die voor juristen in de praktijk of in hun onderzoek en studie relevant zijn, gekruid met kritische en persoonlijke stellingen. Naast een grondige juridische analyse van dit rechtsdomein, wordt het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht in dit Handboek in een breder kader geplaatst en gesitueerd t.a.v. de sociale zekerheid, de verzekeringen en de vergoedingsfondsen. Ook de verhouding tot het straf(proces)recht, het verbintenissenrecht en het Europees recht komt uitgebreid aan bod. Het kernstuk van het werk, m.n. de aansprakelijkheid voor eigen gedrag, voor andermans gedrag en voor zaken, wordt diepgaand geanalyseerd. Vervolgens komen de schade en de schadeloosstelling aan bod, evenals het causaal verband. Zelfs aan de werking van exoneratie- en vrijwaringsbedingen en de verjaring wordt ruim aandacht geschonken.
Dit handboek is een onmisbaar en waardevol naslagwerk voor iedere jurist, in het bijzonder iedere advocaat, notaris, magistraat, bedrijfs- en verzekeringsjurist, of student die met deze belangrijke rechtstak in contact komt.
Larcier-Intersentia interviewde de auteurs naar aanleiding van deze tweede editie.
Kunt u vooreerst even toelichten waarin deze tweede editie verschilt van de uitgave van 2009?
De inwerkingtreding van Boek 6 BW op 1 januari 2025 noopte ons vanzelfsprekend om de nieuwe buitencontractuele aansprakelijkheidsregels in ons handboek te verwerken. Ook de Boeken 1 en 5 BW en de bewijsregels van Boek 8 BW moesten worden geïmplementeerd en daarnaast was het tijd om de eerste editie van dit Handboek, dat al dateerde van 2009, eindelijk te actualiseren met de overvloed aan rechtspraak en rechtsleer die sindsdien was verschenen. Op de valreep verschenen ook nog de nieuwe EU-Richtlijn Productaansprakelijkheid en de Indicatieve Tabel 2024, die natuurlijk ook nog opgenomen werden.
Ons doel is duidelijk een algemeen en kritisch overzicht te bieden van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht. Dit handboek beperkt zich niet tot een commentaar op Boek 6 BW. Zoals gezegd, omvat het ook rechtspraak en rechtsleer uit het verleden die vandaag nog steeds relevant zijn. Tevens bevat dit Handboek een grondige commentaar op onderwerpen die buiten Boek 6 BW vallen, zoals de verkeersongevallenregeling (art. 29bis WAM), de overheidsaansprakelijkheid, de Wet Preventie Brand en Ontploffing, de verjaring en de buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen. Ook de verhouding met het
straf(proces)recht, het contractenrecht en het Europees recht komen aan bod, naast vergoedingsfondsen.
De eerste editie van dit handboek uit 2009 groeide uit tot een standaardwerk, dat vele lezers heeft kunnen bekoren. Meer dan 6000 exemplaren van dit Handboek werden verkocht. Wij hopen dat ook de tweede editie van dit handboek een betrouwbare gids mag zijn voor alle geïnteresseerden in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht.
Jullie lijvige handboek, dat bijna 1400 bladzijden telt, is onderverdeeld in acht aparte delen en we moeten ons in het kader van dit interview uiteraard beperken, maar kunt u hier iets meer uitleg geven over Deel II dat handelt over de situering van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht ten aanzien van andere rechtstakken, in het bijzonder het straf(proces)recht, het verbintenissenrecht en het Europees recht?
Wat vooreerst de verhouding buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en straf(proces)recht betreft, is er duidelijk een splitsing tussen civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid en dit heeft geleid tot belangrijke verschillen, alhoewel er ook aanknopingspunten blijven bestaan.
Wij sommen een aantal belangrijke verschillen op. Wat de aard van de fout betreft, gaat men strafrechtelijk uit van inbreuken op de strafwet, die limitatief opgesomd worden en die strikt geïnterpreteerd en bovendien bewezen moeten worden. Civielrechtelijk staat de inbreuk op zorgvuldigheidsnormen in het maatschappelijk verkeer centraal, met een bredere interpretatie en mogelijkheid tot foutvermoedens. Ook de bepaling van straf/schadevergoeding is anders: straffen moeten doeltreffend, noodzakelijk en rechtvaardig zijn, met een focus op proportionaliteit, terwijl schadeherstel gericht is op het terugplaatsen van de benadeelde in de oorspronkelijke situatie, ongeacht de zwaarte van de fout. Strafrechtelijk is het doel dus gericht op bestraffing en bescherming van de samenleving, civielrechtelijk is het doel het oplossen van geschillen en compensatie.
Maar niettegenstaande het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het strafrecht elk hun eigen evolutie hebben gekend, zijn er toch ook een aantal belangrijke raakvlakken tussen beide stelsels.
Klassiek wordt de rechtvaardiging voor die aanrakingspunten gezocht in het feit dat in het strafrecht de strafvordering wordt uitgeoefend in het maatschappelijk belang door ambtenaren van het Openbaar Ministerie die optreden als vertegenwoordigers van de overheid, terwijl in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht privébelangen van burgers het voorwerp van het geschil zijn. In ons Handboek behandelen we aldus het feit dat als de burgerlijke rechtsvordering haar oorsprong vindt in een strafrechtelijk misdrijf, de benadeelde de keuze heeft om de burgerlijke rechtsvordering uit te oefenen voor de burgerlijke rechter of samen met de strafvordering voor de strafrechter. Uiteraard komt ook het gekende principe van ‘le criminel tient le civil en état’, een regel van openbare orde, aan bod.
En het gezag van het strafrechtelijk gewijsde houdt klassiek in dat de burgerlijke rechter die in een later burgerlijk proces uitspraak moet doen, gebonden is door wat de strafrechter zeker en noodzakelijk heeft beslist in zijn eindbeslissing ten gronde. Hierbij is vanzelfsprekend ook rekening gehouden met de invloed van toekomstig recht, het nieuwe Strafwetboek. Vanaf 8 april 2026 bestaat voor alle onopzettelijke misdrijven het moreel bestanddeel niet meer uit een lichte, maar uit een zware fout. Bij vrijspraak wegens gebrek aan bewijs van een zware fout, belet niets de burgerlijke rechter die persoon aansprakelijk te stellen voor een lichte fout in causaal verband met de schade.
En wat met de verhouding tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het verbintenissenrecht?
Inzake de verhouding buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en verbintenissenrecht kan de behandeling in afzonderlijke boeken van het BW doen uitschijnen dat beide aansprakelijkheidssystemen totaal verschillen. Dit is nochtans niet het geval. In het algemeen wordt aanvaard dat de contractuele en de buitencontractuele aansprakelijkheidsregimes in wezen niet sterk van elkaar verschillen. De laatste jaren kan zelfs een zeker harmoniseringsproces worden vastgesteld. De invoering van Boek 5 BW heeft deze tendens nog versterkt. Traditioneel stelt men dat beide aansprakelijkheidsregimes slechts door technische verschilpunten worden gescheiden, welke in de publicatie aan bod komen: elementen als de bekwaamheid, de ingebrekestelling, de zwaarte en de invulling van de fout, de bewijslast, de omvang van de schadevergoeding, hoofdelijkheid en in solidum aansprakelijkheid en de verjaring zijn maar een aantal van die elementen.
Maar toch kan onzes inziens worden vastgesteld dat er naast louter technische toch ook nog enkele inhoudelijke verschilpunten kunnen bestaan tussen beide aansprakelijkheidssystemen. Zo ook heeft de wetgever anno 2024 in Boek 6 BW een mogelijk andere invulling aan het foutbegrip gegeven dan in Boek 5 BW. De eisende partij kan er aldus belang bij hebben haar vordering op het ene dan wel op het andere aansprakelijkheidsregime te baseren. Daarom wordt in het Handboek nader toegelicht of de benadeelde over zo’n keuzemogelijkheid beschikt. De vraag luidt dus of tussen contractanten in geval van wanprestatie de benadeelde tegen dezelfde schuldenaar naast een contractuele vordering ook een aquiliaanse vordering kan instellen. Dit wordt de samenloop van de contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid
genoemd. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om uit te maken of en vanaf wanneer juist een overeenkomst ontstaat en dus om het buitencontractuele van het contractuele domein af te bakenen. Bovendien moet men de samenloopproblematiek ook onderscheiden van de co-existentie tussen of het samen bestaan van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid. Men spreekt van co-existentie wanneer, in een relatie van minstens drie personen, eenzelfde schadeverwekkend feit aanleiding geeft tot buitencontractuele aansprakelijkheid ten opzichte van derden en contractuele aansprakelijkheid ten opzichte van de medecontractant.
Als laatste: kunt u ook de verhouding tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het Europees recht toelichten?
Wat de verhouding tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het Europees recht betreft, is het zo dat het aansprakelijkheidsrecht geen eiland is. Het moet niet alleen bekeken worden in verhouding tot andere rechtstakken, zoals het contractenrecht/verbintenissenrecht en het strafrecht, maar het wordt ook beïnvloed van bovenuit door het Europese recht. Die invloed kan op verschillende niveaus spelen, rechtstreeks en geheel dwingend zoals door Europese verdragen of verordeningen, of eerder onrechtstreeks, harmoniserend en niet noodzakelijk allesomvattend dwingend via richtlijnen en rechtspraak van Europese rechtscolleges. Het Europese recht speelt in de eerste plaats een belangrijke rol in de overheidsaansprakelijkheid, maar de Unie moet overeenkomstig de algemene beginselen die de rechtsstelsels der lidstaten gemeen hebben, ook de schade vergoeden die door haar instellingen of door haar personeelsleden in de uitoefening van hun functies is veroorzaakt. De aansprakelijkheid van de lidstaten jegens particulieren wegens een schending van het Unierecht werd los van een bepaling in een Europees Verdrag uitgewerkt door het Hof van Justitie, maar ook de aansprakelijkheid van een particulier (natuurlijke persoon of rechtspersoon) jegens een andere particulier wegens een schending van het EU-recht kan voor de nationale rechter worden gebracht.
Ook mensenrechten werken door in het aansprakelijkheidsrecht, maar de verhouding tussen de mensenrechten en het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht is geen eenrichtingsverkeer. Ze kunnen elkaar wederzijds gebruiken en versterken. Enerzijds fungeert het aansprakelijkheidsrecht als middel tot handhaving van de mensenrechten. Anderzijds bedient het aansprakelijkheidsrecht zich van de mensenrechten om bepaalde beslissingen te staven.
Over het boek
Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht (tweede editie)
Thierry Vansweevelt, Britt Weyts
Maart 2025
ISBN 9789400019331